Het Romeinse rijk kan natuurlijk nooit zo groot worden zonder leger. Dit leger was natuurlijk ook erg groot, want een leger moet natuurlijk de orde in dat rijk. Ze hadden veel legioenen. Een legioen bestaat uit 5000 a 6000 man. Na mate het rijk groter werd, werd een legioen ook groter. Zo werd een legioen vergroot tot 8000 man.
Om bij het leger te kunnen moest je sterk, gezond en een goede lengte hebben. Bij het leger had je een hoog salaris. Als soldaat kreeg je goed te eten en leerde je allemaal formaties. Het had ook nadelen, want je moest vaak vele kilometers lopen en het duurde vaak maanden voordat je van de ene bestemming bij de andere was.
Legerkampen stonden vaak op heuvels. Dit was strategisch bedacht. Door deze strategie konden ze de vijand zien aankomen voor als ze werden aangevallen en konden ze de vijand verrassen. Dit is ook een reden waarom het Romeinse rijk ook zo groot kon worden. Doordat ze dus sterker, behendiger en slimmer waren dan de vijand.
Hieronder ziet u een afbeelding van één formatie:
