Het volk wordt ook wel populus genoemd. Dat is in het latijn mensen, bevolking. Het verschil tussen arm en rijk was groot. Arme mensen waren vaak slaven die voor de rijke Romeinen moesten werken. Een rijke Romein had in zijn huis vaak veel slaven. Deze werden goed en slecht behandeld, het lag er aan bij wie je in dienst was. De slaven mochten allemaal klusjes in het huis doen, zoals eten koken, schoonmaken etc, omdat de huisvrouwen hierdoor weinig te doen hadden, hadden ze een aparte kamer aan de rand van het huis waar ze dingen maakten om te verkopen aan voorbijgaande mensen, ze maakten bijvoorbeeld; kleding, kommen, potten en nog veel meer dingen. Helaas is het nog niet mogelijk om hier een Romeins huis te laten zien, als het mogelijk is zal hier zo snel mogelijk een plaatje voor jullie staan ;).
Er was natuurlijk ook vermaak voor de mensen in de stad. Hiervoor was een amfitheater gebouwd. Dit deden de keizers vaak om het volk tevreden te houden, daarbij hadden ze ook de brood en spelen, zodat het volk entertainment genoeg heeft. In het amfitheater waren er gladiatoren gevechten, renwagenraces, gevechten met dieren en vele andere gewelddadige dingen te zien. 1 van de beroemde amfitheaters kent u waarschijnlijk wel! Het colosseum in Rome! Dit was de grootste amfitheater in het hele Romeinse Rijk.
Er was voor het volk ook een hiërarchie, dat betekent dat er een waarde bij een persoon hoort, net zoals in de middeleeuwen had je een koning, een hertog, burgers, etc. Hier was dat dus ook zo. Je had slaven die hadden geen rechten en die werden soms ook wel als gladiator getraint om te sterven in de arena en het volk te amuseren. Ze werden vaak slecht behandeld. Daarna krijg je de burgers. Dit zijn doodnormale mensen die werken en ook rechten hebben, zij gaan ook naar het amfitheater voor amusement en hebben vaak een gezin of zijn daar onderdeel van. Dan heb je nog de rijke mensen, zij hebben ook slaven in huis en laten hen ook al het werk opknappen, zij leven vaak ook in zulke chique huizen, terwijl slaven in een varkenshok moesten slapen of in een kleine kamer bij andere slaven. Burgers hadden vaak een klein huisje of een appartement. De keizer staat helemaal boven aan, dat is logisch, want hij is de leider van het volk en hij mag alle beslissingen nemen. Hij heeft talloze slaven en dienaren die hem verzorgen en zijn bevelen opvolgen. Hij is tot alles in staat.